Meditaties

Mijn vlees en Mijn bloed

Opdat wij het lijden, sterven en de opstanding van de Heere Jezus niet vergeten, heeft God verschillende dingen gegeven. Als eerste denken we aan Gods eigen Woord, de Bijbel. En dat Hij  predikanten zendt die het Woord van God prediken, want: ‘Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het (gepredikte) Woord Gods.’ (Romeinen 10 vers 17).

In Johannes 6 spreekt de Heere Jezus over het eten van Zijn vlees en het drinken van Zijn bloed. In deze moeilijke, maar ook bijzondere woorden, ligt een rijke betekenis. De Heere Jezus zegt: “Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.” De Heere Jezus bedoelt hier niet dat mensen Hem letterlijk moeten eten of drinken. Hij spreekt figuurlijk. Door een waar geloof wordt een mens met Christus verbonden. Dan wordt de mens Zijn eigendom en woont Christus in hem.

Eigenlijk net als in het gewone leven. Als we eten en drinken, wordt dat eten één met het lichaam en worden we er door gevoed en onderhouden. Het voedt ons niet als we er alleen maar naar kijken. Voordat de Heere Jezus stierf, heeft Hij het Heilig Avondmaal ingesteld. ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis.’  Daarom wordt met vaste regelmaat het Avondmaal gevierd. De genoemde tekst wordt ook zichtbaar in twee tekenen die dan aanwezig zijn: brood en wijn. Het brood dat dan in stukken gebroken wordt, betekent het verbroken lichaam van Christus (Mijn vlees). En de wijn betekent het gestorte bloed van Christus (Mijn bloed). Beide wijzen heen naar het smadelijke lijden en de dood van de Heere Jezus. In deze weg is de Heere Jezus volkomen gehoorzaam geweest aan Zijn Vader in de plaats van Zijn kinderen. Hij heeft al hun zonden willen dragen. Hij heeft al hun zonden vergeven. Er wordt dan iets gezien van het grote wonder: Christus voor mij daar ik de eeuwige dood had moeten sterven.

Het Heilig Avondmaal heeft God dus ook gegeven aan Zijn kinderen om te denken aan hun Meester. ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis, totdat Ik kom!’ Christus komt terug! Dan komt er een eind aan het herdenken van Goede Vrijdag en Pasen, ook aan het gedenken van Hem bij de tekenen van brood en wijn. Voor Gods kinderen breekt dan de eeuwige gelukzaligheid aan, eeuwig met Hem! Voor u ook?

Biddag…

Elke tweede woensdag in maart is het Biddag voor gewas, arbeid en de noden van het land. Deze dag is ontstaan in een tijd waarin mensen hun afhankelijkheid van God en van elkaar sterk voelden. Voor boeren en burgers betekende Biddag een dag van gebed om regen en zon, om vruchtbaarheid van het land, om gezondheid en vrede.

Wij leven vandaag in een wereld vol plannen, schema’s en technieken. We menen vaak dat we onszelf kunnen redden. We zoeken zekerheid, houvast en controle, vaak buiten God om. We menen op veel terrein de teugels in eigen handen te hebben. En toch, als we eerlijk zijn, zien we om ons heen en misschien in ons eigen leven onzekerheid, gebrek, ziekte en verdriet. Te midden van die werkelijkheid nodigt Biddag ons uit om onze handen te vouwen en álle dingen van God te verwachten. Om te erkennen: ik ben niet almachtig, ik kan het niet alleen, maar God kan het wél. Zo worden we met Biddag ook stilgezet bij de vraag: hebben wij God écht nodig?

Misschien is uw leven vol zorgen. Misschien worstelt u met geldzorgen, werkloosheid, eenzaamheid of rouw. Dan kan het woord ‘bidden’ zwaar klinken. Maar Biddag is geen meetlat voor wie de meeste of minste zorgen heeft. Biddag herinnert ons eraan dat we in alle dingen van de HEERE afhankelijk zijn. Juist daarom is de Biddag zo bijzonder.

Biddag nodigt ons uit om verder te kijken dan aardse behoeften, noden en zorgen. In geestelijk opzicht verkeert ieder mens van nature in grote nood. De mens heeft voor de zonde gekozen en leeft niet meer zoals God het bedoeld heeft. God moet de zonde straffen en Zijn toorn rust op de mens. Het moet weer goed komen tussen God en de mens, en daartoe heeft God Zelf het Middel gegeven: Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus. Hij leefde volmaakt gehoorzaam en droeg de straf en de toorn. De zondaar die in Jezus Christus gelooft, ziet God in Christus aan als volmaakt.

Zo is het geloof het middel waardoor de zonden vergeven worden. Dat geschenk van God, geeft Gods kinderen een onbeschrijfelijke rust, vrede en blijdschap in het hart. Gods kinderen mogen dan zo Zijn gunst, liefde en nabijheid ervaren. Dan wordt waar: “Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft” (1 Johannes 4:19). Uit die liefde wordt een hartelijk verlangen geboren om te leven naar Gods geboden. Niet uit dwang, maar uit dankbaarheid. Zo wordt hun leven hier een beginsel van de eeuwige lofzang. Nu al mogen zij hun God en Koning aanbidden, en eenmaal volmaakt, tot in eeuwigheid.

En juist van daaruit krijgt ook de Biddag een diepere betekenis. Niet alleen bidden om zegen over land en werk, maar ook om Zijn genade voor ons persoonlijk hart en leven. Niet alleen bidden om vruchten op het land, maar ook om vruchten van geloof en bekering in ons hart. Want daarin wordt de Heere verheerlijkt, zoals de Heere Jezus zegt: “Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt” (Johannes 15:8).